Op vrijdag 8 december 1944 werden in het Huis van Bewaring in Leeuwarden 51 verzetsmensen bevrijd. De beruchte kraak door de Leeuwarder Knokploeg vond zonder bloedvergieten plaats en alle bevrijde gevangenen vonden een veilig onderduikadres. Enkele dagen later, op 11 december, werd het Huis van Bewaring in Assen overvallen en werden zonder een schot te lossen 31 verzetsmensen bevrijd. Er werd altijd gedacht dat de Duitsers geen represaillemaatregelen hadden genomen.

Op de avond van 8 december werden we opgeschrikt, doordat de deur van onze cel werd opengetrokken. Een bevelende stem riep een stuk of vier namen. Brandsma was de eerste, hij zou z’n jasje aantrekken, maar daar werd hem de tijd niet voor gelaten. Het waren allemaal mensen uit Friesland van het verzet. Wij, die achterbleven, zaten verslagen in de cel en luisterden naar de geluiden, die we door het sleutelgat konden opvangen.

Bertus Timmerman

Vrijdag 15 december 1944 vertrok vanuit het Huis van Bewaring in Groningen een transport van ongeveer 27 gevangenen. Met een vrachtwagen werden ze naar het hoofdstation overgebracht, waar ze in een ruimte van het station onder bewaking werden opgesloten. De trein uit Leeuwarden met ongeveer 100 gevangenen uit het Huis van Bewaring kon niet vertrekken omdat er een spoorbrug is opgeblazen. Na middernacht werden de Groningers in een veewagen gedreven en vertrokken ze met onbekende bestemming. Enkele dagen later volgde alsnog het transport uit Leeuwarden.

Het is pikkedonker in de wagon en we hebben een hoek aangewezen als w.c. Al gauw is dat een troep. Als we de grens overgaan wordt het stil in de wagon. Dan zet één het lied “Ik heb U lief mijn Nederland” in. We zingen mee voor zo ver we door onze gevoelens overmand nog kunnen zingen.

Dirk Hilberdink

Zondag 17 december om 4 uur ’s ochtends arriveerde de trein in het Duitse Lehrte, waar ze werden ondergebracht in een doorgangskamp. Enkele weken later, op 7 januari 1945 werden de gevangenen overgebracht naar een strafkamp in Ahlem, bij Hannover. Ze kwamen in dienst van de firma Maschinenfabrik Niedersachsen Hannover en moesten samen met gevangenen uit het naastgelegen concentratiekamp een ondergrondse fabriek bouwen.

Ben nu bij een kipkartransport gekomen. We moeten de karretjes met grote steenbrokken omhoog hijsen en dan op een draaischijf omkeren, weg rijden, en in de diepte leegstorten. Je moet erg oppassen voor je handen en voeten. Eenmaal zat ik er al met een voet onder maar gelukkig had ik klompen aan.

Dirk Hilberdink

De omstandigheden in strafkamp Ahlem waren verschrikkelijk. Er was te weinig eten en het werk was zwaar. Bijna dagelijks vielen er bommen. De SS-bewakers waren meedogenloos. De gevangenen moesten verschillende werkzaamheden uitvoeren onder- en bovengronds. Het werk in de tunnels werd het meest gevreesd. Het was er koud, vies en ontzettend stoffig. De bewakers grepen elke gelegenheid aan om te pesten, te slaan en te schoppen. Elke dag vielen er doden in de tunnels. De lichamen bleven er de hele dag liggen, zonder enige bedekking.

Het is niet om vol te houden, en toch moet het. Ziek melden, dat gaat hier niet, want wee degene die hier ziek wordt, hij sterft onherroepelijk. Vele jongens stierven van honger of ziekte aan de ingewanden. Wanneer die jongens dan op het laatst van hun krachten waren en absoluut niet meer konden lopen, dan sloegen zij ze zolang tot ze bijna dood waren.

Willem Zandbergen

Op dinsdag 10 april werd het kamp door de Amerikanen bevrijd. Zieke gevangenen werden overgebracht naar ziekenhuizen. Anderen moesten op eigen kracht thuis zien te komen. Lopend of per fiets volgde een zware en gevaarlijke terugtocht. De meer dan honderd gevangenen kwamen vaak ziek en getraumatiseerd thuis. Enkelen overleden na de bevrijding alsnog aan de fysieke gevolgen van vijf maanden strafkamp.

Lang werd er over strafkamp Ahlem gezwegen. De mannen die het hebben meegemaakt zijn er niet meer. Maar de herinneringen blijven.

Dit is hun verhaal.