Herinneringen van Dirk Hilberdink

Eind jaren 70 heeft oud-gevangene Dirk Hilberdink zijn herinneringen toevertrouwd aan papier. Dirk heeft tijdens zijn gevangenschap een dagboek bijgehouden en een deel heeft hij uit herinnering geschreven. Delen van zijn verhaal zijn gebruikt voor het boek Werken in Duitsland van Karel Volder. Hieronder enkele fragmenten uit het dagboek van Dirk. Zijn verhaal begint met een uitvoerig verslag hoe hij in het Groningse verzet terecht is gekomen.

Hieronder delen uit het dagboek.

De Fremdenpass van Dirk

In Duitse handen

In de periode dat ik in Duitsland gevangen zat heb ik een dagboek bij gehouden. Het is erg slecht geschreven en moeilijk leesbaar maar ik wil toch trachten het zo goed mogelijk hier nog een op papier te zetten. Alvorens ik met het echte verhaal begin eerst nog een voorwoord. Ik was vanaf december 1939 werkzaam op het Proefstation voor Stroverwerking aan de Vismarkt 15a te Groningen. Mijn directeur was de heer Ir. E.L. Ritman. Ik weet het niet meer precies maar in 1943 of 1944 moesten we ons melden om in Duitsland te gaan werken. Nu dat doe je dus niet zei de heer Ritman. Je blijft gewoon op het laboratorium werkzaam. Ik kon de straat dus niet meer op en ook het contact met thuis was verbroken.

Alvorens ik met het echte verhaal begin eerst nog een voorwoord. Ik was vanaf december 1939 werkzaam op het Proefstation voor Stroverwerking aan de Vismarkt 15a te Groningen. Mijn directeur was de heer Ir. E.L. Ritman. Ik weet het niet meer precies maar in 1943 of 1944 moesten we ons melden om in Duitsland te gaan werken. Nu dat doe je dus niet zei de heer Ritman. Je blijft gewoon op het laboratorium werkzaam. Ik kon de straat dus niet meer op en ook het contact met thuis was verbroken.

We hadden nauwelijks een voet in het portaal gezet of we werden beschenen door een zaklantaarn en het geroep “handen omhoog”. We moesten de trap op lopen. Boven gekomen kreeg ik een flinke trap in mijn zij en moest met het gezicht naar de muur gaan staan met de handen in mijn nek. We hebben daar denk ik een half uur gestaan toen werden we met handboeien aan elkaar geklonken en zo over de straat naar het z.g. Scholtenhuis, het hoofdkwartier van de SD in Groningen, op de Grote Markt gebracht. Hier werden we op de zolder gebracht waar nog een veertigtal mensen in allerlei houdingen over de zolder verspreid aanwezig waren.

15 december 1944
Het is zo goed als zeker dat we weggaan. De kapper was hier nog en heb ik mij laten knippen en scheren. De kapper was Schaap of zoiets van het Zuiderdiep. Ik ben de laatste klant, want men begint de namen al af te roepen. We moeten aantreden met rondom ons Duisters met machinepistolen. We zijn met 27 man. In enkele ritten worden we in een vrachtauto naar het station overgebracht. Hier moeten we wachten op een trein uit Friesland. We worden in een ruimte van het station onder bewaking opgesloten. Het wachten heeft echter geen zin, want de verzetsstrijders in Friesland hebben een spoorbrug opgeblazen en kan de trein ons niet bereiken. Na lang wachten, het is al na middernacht, worden we in een veewagen gedreven. Een paar moeten met de Duitsers mee om stro te halen. Dit is nat en vies, maar wordt wat op de grond uitgelegd. Eindelijk zet de trein zich in beweging richting Duitsland, waar ik altijd al graag een kijkje had willen nemen, maar niet op deze wijze.

Het is pikkedonker in de wagon en hebben we een hoek aangewezen als W.C. Maar dat is al gauw een troep. Enkele jongens hebben diarree en vergissen zich soms met de hoek waar ze moeten zijn. De reis gaat verder richting Nieuwe Schans. Als we de grens overgaan, sommige jongens kijken door een kiertje naar buiten, wordt het stil in de wagon. Dan zet een het lied Ïk heb U lief mijn Nederland” in, we zingen mee zover we door onze gevoelens overmand nog kunnen zingen.
De reis gaat voort met horten en stoten. Het is 10 uur in de avond van 16 december 1944 als we Bremen bereiken. Ik denk wat een dag is het vandaag, de moeder van Annie, mijn meisje, is jarig. Mijn gedachten zijn bij hen die mij dierbaar zijn.

Hier mogen we de wagon even verlaten en krijgen we voor het eerste eten sinds we onderweg zijn. Het is een soort soep, wat het is weet ik niet, men zegt dat het brandnetelsoep is, maar dat weet ik niet. Het is wel warm en dat was het voornaamste, want we zijn allemaal verrekt van de kou. Tegen 11 uur werd de reis voortgezet en ging de trein ook veel harder rijden. We hadden toen het gevoel of we elk ogenblik uit de rails konden vliegen. Om 4 uur in de morgen stopten we en waren we in Lehrte.

Na een mars door een verlaten stad kwamen we in een zogenaamde Lager. We werden in houten barakken ondergebracht, zonder licht of warmte. Ook te eten of te drinken was er niks. We gingen ons zo goed en kwaad als het ging, wat inrichten. Gelukkig waren er een paar knapen onder ons, die in de Arbeidsdienst hadden gezeten, en daaruit waren weggelopen, die wel van wanten wisten. Zo kregen we toch nog licht en kwam er vuur in de kachel. We kregen in de loop van de dag nog een stuk brood en een kom soep. Er waren erbij die de soep niet lusten, konden anderen er een extra nemen. Je werd er niet vol van, maar beter wat als niets. De jongens van de arbeidsdienst hadden nog wat meel bij zich en gingen pannenkoeken bakken. Ook zijn er nog die wat brood en worst hebben.

Het verblijf in het Durchgangslager Lehrte:

Dinsdag 18 december 1944:
Na een slechte nachtrust, we sliepen in houten kribben zonder matras of dekens, moesten we om 6.20 uur opstaan. Toen moesten we naar een ander deel van het lager. Hier werden we zogenaamd ontluisd. Russinnen, in blauwe overalls en rode hoofddoeken, moesten hier het werk doen. We moesten ons uitkleden. De vrouwen namen onze kleren mee. We kregen een beetje kleizeep en konden ons toen snel douchen. Bij een verwarming moesten we ons laten opdrogen. Daar werden we met een bijtend spul bespoten. Dat deed erg veel pijn. Na een poosje werd het beter en nog even later, deed het geen pijn meer. We moesten daarna over een bank lopen met aan elke kant zo’n vrouw, die keken je onder de armen, op het hoofd en bij de geslachtsdelen, naar luizen.
Bij een vrouwelijke dokter, men zei dat het een dokter was, werden we nog vluchtig onderzocht.
Na een paar uur kregen we onze kleren gloeiend heet terug, met hier en daar wat schroeiplekken.
We mochten toen in het andere deel van het lager komen. Hierin waren Russen en Polen. We kregen behoorlijk te eten, maar erg weinig. Tussen de Russen en Polen en luid die tabak en horloges hadden, werd erg druk geruild voor eten.

Ik dacht er komen misschien nog moeilijkere tijden, laat ik nog maar even wachten. Dinsdags kwam er nog een stel Nederlanders binnen. Dit bleken onze vrienden uit Friesland te zijn die met de nodige vertraging toch nog in Duitsland terecht waren gekomen. De dagen brachten we door het verrichten van wat tuinwerk en het schoonhouden van het kamp.
We kwamen ook de foto en kregen een soort paspoort, die waren echter niet geldig totdat hij door de politie was getekend en gestempeld. Dit is dus nooit gebeurd.

De eerste jongens gingen er hier vandoor. Hun namen werden per luidspreker omgeroepen. Het naar het toilet gaan, was een gekke ervaring. Het waren grote kuilen waar je op houten palen ging zitten en een paal eronder, om je voeten op te zetten. Naast je ging dan een Rus, man of vrouw, zitten die rustig een krant lazen. Was wel even wenen. De wacht rondom het lager wordt door Russen en Polen uitgevoerd.

Naar Hannover:

Donderdag 21 december 1944:
Met de trein waren we er al snel. We moesten wel ruim een uur lopen om bij het lager te komen. Dat was een groot schoolgebouw met veel kamers. Per kamer werden er 10 man ondergebracht. Ook hier weer houten kribben zonder matras, deken of wat dan ook. Dus dat was slapen zo op de houten latten.
De kribben waren voor twee personen boven elkaar. Dat is nu al zo’n week of acht en al je ledematen doen pijn.

Vrijdag 22 december 1944:
Deze dag in de school doorgebracht. We deden allerlei dingen, zoals de vloer aanvegen, boenen en proberen de kachel aan te krijgen. De kribben zijn erg slecht en vallen zowat uit elkaar.
’s Middags moesten we aantreden aan de overkant van de school. Hier staan een aantal fabrieken. Hier worden onder andere de zogenaamde Tiger Pantzerwagens gemaakt. We zagen er een paar door de straat rijden. Geweldige dingen. Ze zitten dan nog wel in de menie, want ze moeten eerst nog worden uitgeprobeerd. Maar, er komen er veel terug die stuk zijn. Toen we stonden aangetreden werd ons verteld dat we op de fabriek te werk zouden worden gesteld. Iedereen moest opgeven wat hij nodig had, wat kleren en schoenen betrof, zover is het nooit gekomen.

In 1983 werd aan Dirk het Verzetsherdenkingskruis toegekend

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *