KZ Ahlem

In Ahlem waren twee verschillende kampen. Ten noorden van de weg lag KZ (Konzentrationslager) Ahlem, een buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. In dit kamp zaten voornamelijk Joodse en oost-Europese gevangenen. Dit waren dus concentratiekampgevangenen.

Ten zuiden van de weg lag het dwangarbeiderskamp of strafkamp. Alhoewel ze hetzelfde werk moesten verrichten waren de gevangenen van dit strafkamp dwangarbeiders en geen concentratiekampgevangenen. De verwarring hierover had tot gevolg dat dodelijke slachtoffers van het strafkamp onterecht geregistreerd werden als slachtoffers van concentratiekamp Neuengamme.

Er is dus een duidelijk onderscheid tussen KZ Ahlem en strafkamp Ahlem. Hieronder meer informatie over KZ Ahlem.

Bron luchtfoto: Archiv Janet v. Stillfried

Onderstaand artikel is geschreven door Jan K. Norg en in maart 2013 verschenen in het Neuengamme Bulletin.

In november 1944 besluit de directie van de Continental-Gummiwerke AG als het aantal bombardementen enorm is toegenomen om een deel van de productie naar een nog in te richten ondergrondse fabriek te verplaatsen. In 1942 was al voor de verplaatsing van een deel van de productie van Hannover-Stöcken een ‘Mobplan’ opgesteld 18. In diezelfde periode wil ook de Machinenfabrik Niedersachsen Hannover (MNH) net als Continental een deel van de productie naar de voormalige asfaltmijn westelijk van de Richard –Lattorf-Straße verplaatsen. Continental wil er rubberbrandstoftanks en -slangen voor vliegtuigen gaan produceren en MNH de onderdelen voor de aandrijving van Pantertanks. Voor deze “Untertageverlagerung” krijgt Continental uiteindelijk de mijngangen 1 en 3 en MNH de mijngang 2 toegewezen. In november 1944 krijgt een van de bouwdirecties van de SS-Führungsstabes de leiding over dit Untertageverlagerungsprojekt A 12.

De Machinenfabrik Niedersachsen Hannover na de oorlog

Vrijwel meteen stuurt de Kommandoführer van Hannover Stöcken de SS-Untersturmführer Harder zijn Rottenführer Wilhelm Dammann met een groep van 100 Häftlinge naar Ahlem. Ze moeten er bij de mijningang een nieuw te bouwen buitenkamp inrichten19. Nog diezelfde maand op 30 november kan de SS het merendeel van de Häftlinge van Stöcken naar Ahlem overbrengen. De kampbewakers zijn de ca. 60 SS-mannen, die voor een deel afkomstig uit de Wehrmacht zijn en bij de SS zijn ingelijfd. De Duitse Kapo’s met een zgn. ‘grüne Winkel’ gedragen zich vaak zeer brutaal tegenover de Häftlinge. Na binnenkomst deelt een van hen de Häftlinge mee: ‘De goede tijd in Stöcken behoort tot het verleden.
Jullie moeten voortaan ondergronds werken in de mijn. (…) De ene week overdag en de andere ’s nachts en iedere week wordt van dag- naar nachtdienst’ gewisseld 20. Hun werk bestaat voornamelijk uit het uitbreken van de mijngangen, zodat ze geschikt zijn om er de benodigde machines in te plaatsen. Als gevolg van het zware en gevaarlijke werk in de vochtige, koude mijngangen en onvoldoende voeding zijn de meeste Häftlinge al spoedig vel over been.

Gezien de omstandigheden is het dan ook niet verwonderlijk, dat dit buitenkamp op ruime afstand gevolgd door de andere kampen in Hannover het hoogste percentage sterfgevallen heeft. In januari 1945 komen als vervanging van zieke en gestorven Häftlinge 300 – 350 Deense, Poolse, Russische en Franse Häftlinge uit het KZ Neuengamme naar Ahlem. Eind februari/maart 1945 vertrekt de Kommandoführer Harder naar het nieuw in te richten buitenkamp in Uelzen. Een Hauptman van de Wehrmacht komt in zijn plaats, maar die laat zich nooit in het kamp zien en brengt geen verbetering in de slechte omstandigheden aan.

We hebben ook nog een Nederlander die aan de andere kant van de weg zat (gestreept pak) op onze kamer ondergebracht. Hij was bang met de rest weg te gaan en vreesde voor zijn leven. Die hebben we nog een paar dagen verstopt, van burgerkleren voorzien en toen is hij weggegaan

Dirk Hilberdink

Op 26 maart 1945 komen er ca. 340 Häftlinge, het merendeel Hongaarse joden uit het ontruimde buitenkamp van Hildesheim, naar Ahlem. Omstreeks diezelfde tijd verspreidt zich het gerucht onder de SS-bewakers, dat men hen om de sporen van de gruweldaden uit te wissen op schepen op de Oostzee zal brengen en verdrinken door deze schepen tot zinken te brengen21. Op 5 april begint de SS met de voorbereidingen om het kamp te ontruimen. De volgende dag marcheren om 12.00 uur ca. 600 van de ca. 850 Häftlinge richting het KZ-Auffanglager Bergen-Belsen 22 en komen daar op 8 april aan. De overige ca. 250 verzwakte en zieke Häftlinge zijn in het kamp achtergebleven. Zij worden op 10 april door de Amerikaanse soldaten van het 335. Infanterieregiment van de 84. Infanteriedivisie bevrijd. Onder de eerste soldaten die het kamp betreden, is ook de militaire oorlogscorrespondent Henry Kissinger, de latere Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken. Kissinger is diep onder de indruk van wat hij daar ziet en schrijft later: ‘Het was een van mijn verschrikkelijkste ervaringen in de oorlog. Voor mij was het bijzonder zwaar, omdat ik wist, dat veel van mijn familieleden onder dezelfde omstandigheden hadden geleefd’23.

KZ Ahlem
Gevangenen van KZ Ahlem na de bevrijding

Sinds 1987 is ter herinnering aan dit buitenkamp in de Gedenkstätte van de voormalige Gestapogevangenis aan de Heisterbergerallee in Ahlem een tentoonstelling ingericht en op de plaats van het voormalige buitenkamp is 1994 is een gedenkteken onthuld. Voor meer informatie over de Gedenkstätte Ahlem, zie deze link.

18 J. Scholtyseck. Der Aufstieg der Quandts. Eine deutsche Unternehmerdynastie. München 2011, p. 668.
19 R. Repplinger. Leg dich, Zigeuner. Die Geschichte von Johann Trollman und Tull Harder. München Zürich 2008, p. 202.
20 a.w., p. 204
21 a.w., p. 212
22 J. K. Norg. Het concentratiekamp Neuengamme: De ontruiming en opvangkampen, in: Neuengamme Bulletin, oktober
2011, p. 37v.
23 R. Repplinger. a.w., p. 216