strafkamp Ahlem

Inleiding

Hoe de omstandigheden waren in strafkamp Ahlem kunnen we herleiden uit de herinneringen van de overlevenden. Er zijn een aantal dagboeken bewaard gebleven en enkele oud-gevangenen hebben hun ervaringen op papier gezet.

Vrijdag 15 december 1944 – Bremen

Vanuit het Huis van Bewaring in Groningen vertrekt een transport van ongeveer 27 gevangenen. In meerdere ritten worden de gevangenen per vrachtwagen naar het hoofdstation overgebracht. Daar worden ze in een ruimte van het station onder bewaking opgesloten. Ze moeten wachten op een trein met gevangenen vanuit Leeuwarden, maar die komt niet omdat het verzet een spoorbrug heeft opgeblazen. Na middernacht worden ze in een veewagen gedreven. Ze liggen op nat en vies stro. De trein vertrekt richting Duitsland. Het gaat erg langzaam en bovendien is het erg koud. De gevangenen kruipen dicht op elkaar om wat warm te blijven. Er wordt een hoek aangewezen als w.c., maar een aantal mannen heeft last van diarree en al snel wordt het een troep. De reis gaat richting Nieuweschans. Als de trein de grens passeert wordt het stil in de wagon. Dan wordt het lied “Ik heb u lief mijn Nederland” ingezet. De mannen worden door emoties overmand. Rond 10 uur ’s avonds op de 16e december bereikt de trein Bremen. De gevangenen mogen de trein even verlaten en krijgen voor het eerst sinds hun vertrek eten. Het is een soort brandnetelsoep. Tegen 11 uur wordt de reis voortgezet.

Zondag 17 december 1944 – Lehrte

Om 4 uur ’s ochtends arriveert de trein in Lehrte. De mannen marcheren door een verlaten stad en worden ondergebracht in Durchgangslager Lehrte. Ze worden ondergebracht in houten barakken zonder licht, warmte en zonder eten en drinken. In de loop van de dag krijgen ze een stuk brood en wat soep. Ze slapen slecht, want in de houten kribben liggen geen matrassen en zijn er geen dekens. De volgende dag worden ze ontluisd in een ander deel van het kamp. Ze moeten zich uitkleden en langs een stuk of vier Russinnen lopen die de mannen bespuiten met bijtend ontsmettingsmiddel. Daarna krijgen ze een beetje kleizeep en kunnen ze zich douchen. Na een paar uur krijgen ze hun kleren weer terug die gloeiend heet zijn. Ze mogen daarna in een ander deel van het kamp komen waar Russen en Polen zitten. Ze krijgen eten, maar veel te weinig. Met de Russen en Polen worden dan ook tabak en horloges geruild voor extra voedsel. Er zijn geen toiletten, maar latrines in de tuin. De bewaking rondom het Lager (kamp) wordt door Russen en Polen uitgevoerd.

Het station van Lehrte (Von Foto von Hydro bei Wikipedia, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=54299128)

Als het luchtalarm gaat, moeten de mannen naar een bunker, een soort lange grote molshoop in de tuin. Ze vertrouwen dat niet. Bij een voltreffer zou de molshoop weinig bescherming bieden. Liever verblijven ze in de open lucht als de bewaker het niet ziet. De eerste dagen worden doorgebracht met het verrichten van tuinwerk en het schoonhouden van het kamp. De eerste jongens zien kans om er vandoor te gaan. Hun namen worden via de luidspreker omgeroepen.

Lager Badenstedter Strasse

Op 21 december worden de mannen overgebracht naar een ander kamp aan de Badenstedter Strasse 69 in Hannover, in een groot schoolgebouw met veel kamers. Per kamer worden tien man ondergebracht. Hier ook weer houten kribben zonder matras of dekens. De mannen moeten slapen op de houten latten. De kribben zijn slecht en vallen zowat uit elkaar. De volgende dag wordt in de school doorgebracht. Ze maken de boel schoon en proberen de kachel aan te krijgen. ’s Middags moeten ze aantreden aan de overkant van de straat. Daar staan een aantal fabrieken, waar onder andere de beruchte Tiger tank wordt gemaakt. Ze zien een paar door de straat rijden, nog in de menie. Er wordt hun verteld dat ze in deze fabriek te werk worden gesteld.

Luchtfoto uit 1925 van de Badenstedter Strasse. De pijl wijst naar het gebouw wat zeer waarschijnlijk het Lager op nummer 69 is geweest.
Bron/Quelle: https://www.digitales-stadtteilarchiv-linden-limmer.de/

Het loopt echter anders. Op zaterdag 23 december worden ze om 5:15 uur gewekt. Om 6:00 uur moeten ze gereed staan. Na een uur lopen komen ze op een open vlakte aan met een soort van heuvel. Onder die heuvel worden ondergrondse fabrieken gebouwd. Ze worden in ploegen ingedeeld en moeten grondwerk verrichten. Ze moeten o.a. brokken steen die uit de grot komen verder verwerken. In de grot werken Poolse en Russische joden. Ze dragen een zebrapak en zien eruit als levende geraamten. De mannen werken tot 18:00 uur waarna ze weer terug moeten lopen naar hun Lager. Ze krijgen eten, maar moeten daar enkele dagen mee doen. Veel gevangenen hadden het gelijk al op. Het slapen valt niet mee. Sommigen kregen een papieren zak die gevuld kan worden met houtwol, maar comfortabel is het nog steeds niet.

Kerst 1944

Eerste Kerstdag hoeven de mannen niet te werken. Ze brengen de dag grotendeels door in hun kamer. Ze proberen zich zo goed en kwaad als het kan te wassen en te scheren, maar het scheren is een martelgang door het gebrek een zeep en goede mesjes. Op Tweede Kerstdag moet er weer gewerkt worden. Er zijn al een man of tien ontsnapt. Ze mogen dit keer met de tram naar het werk. Het is een koude dag. ’s Avonds is er geen tram en ze moeten weer terug lopen naar het Lager. De mannen zijn koud en hongerig.

Strafkamp Ahlem

Op 7 januari volgt overbrenging naar een ander kamp op de Baustelle (bouwplaats). Het strafkamp is dan net gereed. De kribben zijn voorzien van een strozak, een hele verademing na wekenlang slapen zonder matras. Ze slapen met drie man boven elkaar. Er is een kachel en ze krijgen een kopje om uit te drinken. Ze liggen met 24 man op een kamer.

Na een uur zijn we op de plaats van bestemming, AHLEM. De schrik voor die plaats zit er in. De lichten branden nog op dit paradijs. Wij horen het stampen van de machines al op straat. De walgelijke lucht van springstof komt ons in de neus. Wij huiveren ervan. Wij weten wat ons te wachten staat beneden in de “Stollen”.

Willem Zandbergen

In het kamp zijn volgens Tamminga 100 Nederlanders, 150 Polen, 60 Russen, 10 Italianen, 5 Fransen, 2 Belgen. Tamminga schrijft ook over mensen uit Deventer die na de roof op de bank er de laatste drie weken bijgekomen zijn.

Omstandigheden in strafkamp Ahlem

Alhoewel de gevangenen van het dwangarbeiderskamp meer privileges hebben en onder betere omstandigheden verkeren dan de joden en Russen in het KZ, is het leven in het kamp zwaar. De bewaking is streng en deinst er niet voor terug om geweld toe te passen. Wanneer er jongens worden gesnapt die uit het kamp zijn weggelopen, worden ze opgehaald door de Gestapo waarna ze na een flink pak slaag enkele weken in de nabijgelegen Gestapo-gevangenis door moeten brengen. Vermagerd en slap keren ze terug in het kamp.

Een jongen heeft zijn tenen bevroren. Ze zien spierwit en gebarsten. Hij gaat er mee naar de arts of Sanitäter [hospik] omdat hij onmogelijk kan lopen op de ongelijke bevroren grond met zo’n voet en dan met zo’n koude. Doch de arts denkt daar anders over. Een papieren verband en een reeks scheldwoorden van vuile Hollander, een snauw of een spottend lachen en dan het woordje “arbeiten”. Geen menselijk medelijden, geen greintje menselijkheid.

Willem Zandbergen

De gevangenen moeten verschillende werkzaamheden uitvoeren onder- en bovengronds. Het werk in de tunnels wordt het meest gevreesd. Het is er koud, vies en ontzettend stoffig. Het is ook de plek waar de joden werken. De bewakers grijpen elke gelegenheid aan om te pesten en om te slaan en schoppen. Elke dag vallen er doden in de tunnels. De lichamen blijven er de hele dag liggen, zonder enige bedekking.

Het strafkamp bevond zich aan wat nu de Harenberger Meile is (originele luchtfoto bron en bewerkt: Janet v. Stillfried)