Moord op alfabetische volgorde

Moord op alfabetische volgorde, NS-Tötungsanstalt Bernburg
Zoals verschenen in het Bulletin van de Vriendenkring Neuengamme september 2017

Al in 1939 werd het algemeen bekende euthanasieprogramma Aktion T4 op bevel van Hitler gestart. In euthanasiecentra verspreid over Duitsland werden een geschatte 200.000 mensen vermoord die misvormd of gehandicapt waren of die leden aan een psychiatrische ziekte. Ze kwamen om door vergassing, verstikking, verhongering of door overdoses medicijnen. Minder bekend is dat ook concentratiekampgevangenen in deze euthanasiecentra werden vermoord. In euthanasiecentrum Bernburg werden in 1942 vijfenveertig Nederlandse gevangenen van KZ Neuengamme in twee maanden tijd vergast. Op alfabetische volgorde…

NS-Tötungsanstalt Bernburg
Het NS-Tötungsanstalt Bernburg bevond zich tussen 21 november 1940 en 30 juli 1943 in een afgescheiden deel van het Landes- Heilund Pflegeanstalt (sanatorium en psychiatrisch ziekenhuis) in Bernburg an der Saale. Het was een van de zes euthanasiecentra van de Aktion T4. Dit verplichte euthanasie- en sterilisatieprogramma werd in oktober 1939 gestart op bevel van Adolf Hitler. Het doel van dit programma was het behouden van de genetische zuiverheid van het Germaanse volk door het systematisch vermoorden van mensen die misvormd of gehandicapt waren of die leden aan een psychiatrische ziekte. Het bureau dat dit Sonderprogramm moest uitvoeren werkte onder leiding van de rijksleider van de NSDAP, Chef van de Kanselarij Philipp Bouhler en van Hitlers lijfarts, dr. Karl Brandt. De naam T4 is afgeleid van het adres van het kantoor, Tiergartenstrasse 4 in Berlijn.

Personeel
De Oostenrijke psychiater en arts Irmfried Eberl (1910-1948) werd op 29-jarige leeftijd directeur van het euthanasiecentrum in Bernburg. Daarvoor had hij dezelfde positie bekleedt bij het euthanasiecentrum in Brandenburg. Samen met Heinrich Bunke waren ze verantwoordelijk voor het systemisch vergassen van maar liefst 9384 zieke en gehandicapte mensen uit 33 verschillende verzorgings- en verpleeghuizen en, na augustus 1941, van ongeveer 5000 gevangenen uit concentratiekampen. Volgens een Duits onderzoek ging het daarbij hoofdzakelijk om Joodse mensen van de concentratiekampen Ravensbruck, Buchenwald, Gross-Rosen en Neuengamme.

Werkwijze
De mensen werden vergast door middel van koolmonoxidevergiftiging. In Bernburg is nimmer gebruik gemaakt van het beruchte Zyklon B gas. Het gebouw was erop ingericht op het op een zeer 

systematische manier vermoorden van grote aantallen mensen en het verwerken van de lichamen. Wie als slachtoffer naar binnen kwam, werd dezelfde dag nog vergast. Slachtoffers werden bijna zonder uitzondering met bussen van de “Geheimnützigen Krankentransport GMBH” naar Bernburg gebracht, meestal in groepen van 60 tot 75 personen. De bussen reden naar de houten garage die aan de achterzijde van de kliniek was gebouwd. In die garage was plaats voor twee tot drie bussen. De mensen mochten pas uitstappen als de bus in zijn geheel naar binnen was gereden. Zij werden door een lange gesloten gang naar de benedenverdieping gebracht waarop “Aktion T4” stond vermeld. Ze werden daar geregistreerd en waardevolle bezittingen werden ingenomen, waarna ze zich moesten ontkleden. Een arts was aanwezig om alvast de gefingeerde doodsoorzaken te noteren. Daarna werden ze naar de kelder gebracht. De gaskamer bedroeg precies 13,78 vierkante meter waarin maximaal 75 slachtoffers werden verzameld. Naast de gaskamer was een opslagruimte waarin de gasflessen met koolmonoxide stonden. Drie tot vijf minuten lang stroomde het dodelijke gas in de kamer tot een dodelijke hoeveelheid was bereikt. Na ongeveer een uur werd de gaskamer weer geopend en werden de lijken door de lijkverbranders eruit gehaald. Voor aankomst in de lijkruimte werden er op sommige slachtoffers nog sectie gepleegd voor ‘wetenschappelijk onderzoek’ op een van de vele sectietafels. Achter de lijkruimte was de verbrandingsoven waar de lijken werden verbrand.

Nederlandse slachtoffers
Jeanine Doeve-Lagerwaard heeft haar opa Gerrit Pieter Cornelis Lagerwaard nooit gekend. Er was in de familie maar één portret van hem. Veel over zijn dood werd er niet gesproken in de familie. Alleen dat hij was overleden in een Duits kamp, Neuengamme. Met het zwijgen kwamen de vragen. Hoe kwam het dat opa Gerrit verschillende overlijdensdatums had en was hij echt overleden aan een hartziekte? In 2015 brengt Jeanine met haar man Henk een bezoek aan de Gedenkstätte Neuengamme en met behulp van de archivaris krijgt ze antwoorden op haar vragen. Ze voelt de grond onderzich vandaan zakken als ze te horen krijgt dat haar opa niet in Neuengamme is overleden, maar in de nacht van 18 op 19 juni 1942 naar Bernburg vervoerd en daar vergast is. Hij was niet de enige Nederlander die dit overkwam. Gerrit Lagerwaard was een van de 45 Nederlanders die in 1942 in Bernburg zijn vergast. Ze waren allen in 1941 opgepakt omdat ze actief communist en ‘revolutionairen’ waren. Tussen 5 juni en 2 juli 1942 worden deze Nederlanders op alfabetische volgorde in Bernburg vergast.

Selectie
Vanaf 1941 startten de nazi’s naast Aktion T4 met Aktion 14f13. Deze actie werd gebruikt om zieke en arbeidsongeschikte concentratiekampgevangenen, die als ‘ballast’ werden beschouwd om te brengen. In april 1942 bezochten zogenaamd “onafhankelijke” T-4 artsen de verschillende concentratiekampen om daar zieken en rbeidsongeschikten te selecteren voor euthanasie. Dit geschiedde op basis van criteria zoals die in de registratieformulieren stonden vermeld. In het voorjaar van 1942 werden 1400 vrouwen uit Ravensbruck vermoord in Bernburg. De registratie in Neuengamme heeft waarschijnlijk op 31 mei 1942 plaatsgevonden. Deze datum staat namelijk als overlijdensdatum van de geselecteerde groep Nederlanders op de dodenlijst van de Gedenkstätte. De geselecteerden hebben geen van allen een Häftlingsnummer gekregen om de vergassing te verdoezelen. Ook werden er om die reden voor alle gevangenen fictieve overlijdensverklaringen opgesteld. Deze zijn in de maanden daarna in Neuengamme op willekeurige datums uitgegeven. Uit documenten van de Gedenkstätte is gebleken dat Gerrit Lagerwaard op 19 juni 1942 om 8:15 uur in Bernburg is vergast. Onder de groep Nederlanders bevinden zich veel communisten en verzetsmensen. Onder hen ook twaalf joden, waaronder Abraham en Isaac Roodveldt. Van vier Joodse mensen is bekend dat ze ook in het verzet zaten.

Getuigenis Erich Kulka
De in KZ-Neuengamme gevangene Duits-Joodse Erich Kulka heeft het transport van gevangenen zien gebeuren en schrijft hierover in zijn boek uit 1965, “Die faschistische Ausrottingspolitik und ihre ökonomischen Hintergrunden” het volgende:

“De hiervoor in aanmerking komende gevangenen moesten bij de artsencommissie aantreden, onder het voorwendsel dat ze naar een veel beter kamp zouden worden overgebracht. Er werd bewaking ingesteld en niemand mocht na het appèl terug naar zijn barak. Er vond geen medische controle plaats. In de rubriek “Diagnose” op het registratieformulier werden vermeldingen geplaatst als; “rassenhater”, “opruier”, “Duitsland hater” en “beruchte communist”. Als plaats van overlijden van de in KZ Neuengamme uitgezochte gevangenen werd de “Heil- und Plfegeanstallt in Bernburg a.d. Saale “ aangewezen. Degenen die uitgezocht waren werden op een transportlijst gezet, waarbij niemand wist waar dit “goede transport” naar toe zou gaan. De S.S. verspreidde het bericht dat de gevangenen naar een ander kamp gingen waar oude ervaren vaklieden nodig waren. We hadden echter vermoedens dat dit niet zo was. Twee weken later kwamen er autobussen en werden zij die waren uitgezocht onder begeleiding van de S.S. afgevoerd en in een aparte barak ondergebracht. We hadden niet eens de tijd om afscheid van de kameraden te nemen. Enige dagen nadat de gevangenen met bussen waren afgevoerd kwam er een vrachtauto in het kledingmagazijn van Neuengamme; men vermoedde uit Bernburg. Ze bracht de bezittingen van onze kameraden terug; Kleren, schoenen, ondergoed. Er miste niets, zelf geen bretels, riemen en anderen kleinigheden. Het gerucht ging dat de kameraden in ovens waren gegooid en waren verbrand. Maar destijds geloofden we dit niet”

Sluiting
Op 30 juli 1943 werd de euthanasiekliniek van Bernburg gesloten en werd dit deel van het gebouw weer teruggegeven aan het psychiatrisch ziekenhuis. Dr. Eberl gebruikte zijn ervaringen in Bernburg in zijn nieuwe functie; hij werd op 11 juli 1942 de eerste commandant van Treblinka. Hij werd echter al snel vervangen door Franz Stangl, die ook in Bernburg had gewerkt. Dr. Eberl bleek totaal incompetent te zijn om Treblinka te leiden. In 1944 diende hij bij de Wehrmacht. Na de oorlog werd hij arts in Blaubeuren, werd in 1948 gearresteerd waarop hij zelfmoord pleegde om vervolging te voorkomen. Een deel van het overige personeel van Bernburg werd ingezet voor de ‘Endlosung der
Judenfrage’ in Belzec, Sobibor en Treblinka.

Gedenkstätte Bernburg
Bepaalde delen van de voormalige euthanasiekliniek Bernburg zijn gesloopt, maar onder meer de gaskamer is in oorspronkelijke staat tot op heden bewaard gebleven. In 1982 kwam op een deel van de kelder van wat nu Landeskrankenhaus für Psychiatrie und Neurologie heet (gevestigd op het vroegere terrein van de Landes-Heil- und Pflegeanstalt Bernburg) een herdenkingsruimte met een kleine tentoonstelling die niet publiekelijk toegankelijk was. Een officiële herdenkingsruimte voor de slachtoffers van Aktion T4 en Aktion 14f13 kwam er pas in september 1989, vlak voor de val van de muur. Initiatiefnemer daarvan was Frau Dr. Ute Hoffman. Sinds 1 januari 2007 valt het monument onder de zorg van de Stiftung Gedenkstatte Sachsen-Anhalt.
Op 29 november 2006 werd de Forderverein der Gedenkstatte für Opfer der NS-’Euthanasie’ Bernburg e.V gesticht. De herdenkingsruimte bestaat onder meer uit een permanente tentoonstelling over wanpraktijken als sterilisatie en euthanasie en de ‘Sondernbehandlung 14f13’ door Nazi-Duitsland met verder onder meer steenresten uit de oude kliniek. De kleine ruimte is voor groepen op afspraak te bezoeken met een rondleiding in Engels of Duits.

Gerrit Lagerwaard
Gerrit Lagerwaard werd in 1887 geboren te Zwolle. In 1890 verhuisde het gezin vanuit Meppel naar Zutphen. Gerrit huwde in 1912 met Gerharda Bernadina van Laar. Samen kregen ze twee dochters en zoon. Uit rapporten van de Centrale Inlichtingendienst 1914-1940 blijkt dat Gerrit in 1921 bekend was als ‘antimilitaristisch propagandist’. Hij is secretaris geweest van de afdeling Zutphen van de Internationale Antimilitarisme Vereniging (I.A.M.V) en was daar ook spreker voor. In 1923 en 1927 stond Gerrit Lagerwaard op de kandidatenlijst van de Communistische Partij Holland voor de Provinciale Staten van Gelderland. Ook stond hij in 1929 op de kandidatenlijst voor de C.P.H. voor de verkiezing van de Tweede Kamer. In 1933 verhuisde het gezin Lagerwaard naar de Davodwarsstraat in Deventer. Daar werd hij in 1939 voorzitter van de C.P.N. afdeling Deventer. Van beroep was Gerrit sigarenmaker. Hij was in dienst bij de sigarenfabriek Bijdendijk en Ten Hove in Deventer. Zijn idealistische en politieke instelling leidden ertoe dat Gerrit tijdens de oorlog al snel betrokken raakte bij ondergrondse activiteiten. In de zomer van 1940 kwamen in Deventer de eerste illegale pamfletten uit. Deze werden o.a. door Gerrit gestencild. Op 25 juni 1941 kreeg de Deventer politie van de SD een lijst met namen van communisten. Op deze lijst staat
de naam van Gerrit Lagerwaard. Die dag werden er veertien mannen gearresteerd. Gerrit wordt naar kamp Schoorl overgebracht. Waarschijnlijk is hij op 18 augustus 1941 naar kamp Amersfoort gebracht. Het is niet meer te achterhalen wanneer Gerrit op transport ging van Amersfoort naar Neuengamme. De eerste groep gevangenen vertrok op 19 november 1941 waarna er nog 21 rechtstreekse transporten zouden volgen. Enkele weken geleden is er in Deventer een struikelsteen geplaatst voor Gerrit Lagerwaard. Zijn kleindochter Jeanine wil zijn nagedachtenis in ere houden omdat haar opa als verzetsstrijder zijn leven heeft gegeven voor de vrijheid die we nu hebben.

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie op “Moord op alfabetische volgorde”

  1. Een indrukkend relaas van een gruwelijk misdrijf. In mijn zoektocht naar het verleden van mijn oom Hendrik Visscher, geboren op 20-06-1913 en ook vergast in Bernburg op 02-07-1942 wil ik het volgende toevoegen:
    Uit onderzoek van het NIOD dat in de jaren negentig heeft plaatsgevonden en dat is verricht in de Sovjet- Unie is vast komen te staan dat de Nederlandse overheid een actieve rol heeft gespeeld met het categoriseren van namenlijsten van mensen als Gerrit Lagerwaard, Hendrik Visscher en talloze anderen. De Nederlandse overheid heeft op ‘vrijwillige basis’, zonder dat hier in Duitsland om is gevraagd, persoonsinformatie gestuurd naar de GESTAPO. Dit in het interbellum. Ik verwijs hierbij naar NIOD, nummer toegang 101b, inventarisnummer 545. Welke is gericht t.a.v. burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer. Hierin staat de volgende passage:” in verband met de circulaire van den secretaris- generaal van het departement van binnenlandse zaken van 6 januari 1941, no. 2762 ’40 en een brief van 8 januari 1941, no. 5755/3841 etc… komt duidelijk naar voren wat de daadwerkelijke bemoeienis van de Nederlandse overheid was. Dat families na de dood van hun dierbaren door gemeenten werden gecondoleerd met hun grote verlies is meer dan schokkend. Inmiddels heb ik bij binnenlandse zaken de bewuste circulaires opgevraagd. Wordt vervolgd!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.