Politieagenten in Neuengamme – Andries Wagenaar

Tijdens mijn onderzoek naar de groep van 38 agenten die in augustus 1944 zijn gearresteerd en in oktober 1944 naar Neuengamme zijn overgebracht, zag ik bij de naam Andries Wagenaar als woonplaats Bergum (Friesland) staan. Het is het dorp waar ik ben opgegroeid. Later ontdekte ik dat Andries Wagenaar een buurjongen geweest is van mijn grootouders. Andries was maar een paar jaar ouder dan mijn vader. Ze zullen elkaar ongetwijfeld hebben gekend. Mijn opa Eelke Dijkstra werd eind 1944 als dwangarbeider tewerkgesteld in Drenthe waar hij loopgraven en tankgrachten moest graven. Zo’n 80 kilometer verderop, aan de andere kant van de grens, deed Andries Wagenaar in kamp Meppen-Versen hetzelfde werk. Maar dan onder onmenselijke omstandigheden. Andries zou de hel van Lager IX Meppen niet overleven…

Familie Wagenaar

Dries Wagenaar

Er werd rond 1930 druk gebouwd aan de Noordersingel in het Friese Burgum. Mijn grootouders Eelke en Jitske (Jik) Dijkstra woonden toen al enkele jaren in een klein huisje midden in het centrum. Eelke had genoeg geld gespaard om de grond te kunnen kopen en om er een mooie woning op te zetten. Het werd een typische jaren 30 woning met een mooie erker en genoeg grond voor een flinke moestuin. Enkele percelen verder, op nummer 259a werd ook een nieuwe woning gebouwd. Het jonge echtpaar Andries Wagenaar en Geertje Soldaat woonden daarvoor met hun in 1924 geboren zoon Andries Gerrit (roepnaam Dries) aan de Westersingel. Toen de woning klaar was trok het jonge gezin met hun pasgeboren tweede zoon Gerrit in de nieuwe woning. Na Gerrit werd in 1932 de tweeling Jemke en Feije geboren. De laatste zoon, Symen, werd op vijf mei 1933 geboren waardoor het gezin bestond uit vijf gezonde jongens. Eelke en Jik kregen maar één zoon. In maart 1931 werd mijn vader Jaap geboren. Dries Wagenaar had net als mijn vader een onbezorgde jeugd. Bergum was in de jaren veertig een middelgroot dorp maar waar iedereen elkaar kende. Achter de Noordersingel was nog niet gebouwd waardoor de jongens ‘s ochtends door de weilanden naar hun school konden lopen. En onderweg vraten ze van alles uit. In die tijd, zonder televisie, computer of smartphone, wist de jeugd zich altijd wel te vermaken. Dries groeide op tot een flinke jongeman die goed kon leren. Hij zat op de MULO in Bergum en op zijn zeventiende ging Dries, net als zijn vader, werken bij drukkerij De Motor. Hij leerde daar ook zijn vriendin Nelly kennen.

Politie Opleidingsbataljon Schalkhaar
Toen kwam de oorlog. Dries, geboren in 1924, zat in de ‘gevaarlijke leeftijd’ voor de Arbeitseinsatz. Er werd door de familie gezocht naar een oplossing. Onderduiken was riskant en viel ook niet mee voor een jongen die de vrijheid gewend was. Er gingen in de tijd verhalen rond over de politieopleiding in Schalkhaar. Als je je daarvoor opgaf, werd je vrijgesteld voor de Arbeitseinsatz. Je verdiende geld, kreeg kost en inwoning en extra voedselbonnen. Ook het avontuur zal ongetwijfeld een aantrekkingskracht hebben gehad. En zo gebeurde het dat Dries in november 1942 werd ingeschreven op het adres Frieswijk 50a te Diepenveen, het adres van het Politie Opleidingsbataljon in Schalkhaar in de Westenberg Kazerne. De praktijk bleek weerbarstig. Zoals zoveel zaken in oorlogstijd werd het mooier voorgespiegeld dan het werkelijk was. Dries had zich van tevoren niet gerealiseerd dat de training op militaire leest geschoeid was en dat je ook niet zomaar kon stoppen met de opleiding. Het viel hem ook zwaar dat vlak na zijn komst de regel werd ingesteld dat de jongens verplicht de Hitlergroet moesten brengen. Dries probeerde er maar het beste van te maken. Hij schreef toen “als het nou maar hierbij blij en wij alleen maar Duitsgezinde liederen behoeven te zingen en Duits marcheren en een Hitlergroet dan zullen we het hier wel vol houden, maar snel hopen op een einde van de oorlog”.

Grensbewaking

De aspiranten van POB Schalkhaar

Daarnaast hadden de verse politieaspiranten het niet getroffen dat de eerste lichting van de opleiding geen goede naam had gekregen. Deze lichting was overgeplaatst naar Amsterdam, waar ze door hun zwarte uniformen en door hun gedrag de bijnaam “De Zwarte Tulpen” hadden gekregen. Deze lichting was zeer Duitsgezind en ze hielpen over het algemeen ook enthousiast mee met het houden van razzia’s en het ophalen van Joden. Dit bleef niet onopgemerkt in een stad als Amsterdam. De nieuwe lichtingen van Schalkhaar werden gezien als landverraders en zo werden ze ook behandeld. De ouders van Dries zouden tot ver na de oorlog strijd hebben moeten leveren om hun zoon van deze blaam te zuiveren. Dries slaagt voor zijn examen en wordt “Onderwachtmeester der Politie”. Hij wordt samen met anderen ingezet bij de grensbewaking in de buurt van Renesse. Het werk is zwaar, de dagen lang en de agenten saboteren waar ze kunnen. Uit de brieven die Dries naar zijn ouders stuurt blijkt dat hij een werkelijk hartgrondige hekel heeft aan Duitsers. Als zijn ouders Duitse soldaten van de Kriegsmarine krijgen ingekwartierd schrijft hij dat hij nooit in hetzelfde bed zal slapen als “waar die moffen in hebben gelegen”. En als hij hoort dat zijn vriendin Nelly misschien verplicht wordt om aardappels te schillen voor de Duitsers is hij helemaal over de rooie. Hij was niet de enige in zijn groep met deze haatgevoelens. Het kon dan ook niet lang meer zo doorgaan.

Arrestatie
Er duiken steeds meer agenten onder, er wordt steeds meer verzet gepleegd en de situatie wordt onhoudbaar. Uit de brieven blijkt dat Dries plannen heeft om onder te duiken, maar dat hij erg bang is dat de Duitsers dan zijn familie op zal pakken. In augustus worden de opstandige agenten gearresteerd en ontwapend. Hij wordt samen met 37 anderen van zijn bataljon overgebracht naar een kazerne in Amsterdam, waar ze worden samengevoegd met agenten van de bataljons van Amsterdam en Den Haag. Enkele weken later worden ze overgebracht naar Kamp Amersfoort. Ze mogen hun uniform aanhouden, maar bij aankomst worden de epauletten door kampcommandant Kotalla van hun uniform gerukt. Ze krijgen het niet gemakkelijk. Maar het is er redelijk goed uit te houden en de jonge agenten hebben nog hoop dat ze worden ontslagen of dat ze in Nederland kunnen blijven. Die hoop blijkt vals. Een maand later worden ze overgebracht naar KZ Neuengamme. Enkelen weten nog tijdens het transport te ontsnappen. De rest van de groep arriveert op 14 oktober 1944 in Neuengamme. Bij aankomst worden de mannen met knuppels uit de trein geslagen. Ze moeten hun bezittingen inleveren, ze worden kaalgeschoren, zowel hoofd- als schaamhaar. Dries heeft tegen zijn maten gezegd “hier komen we niet levend vandaan”. Hij heeft dit helaas goed voorspeld. Binnen enkele maanden waren de meeste agenten door ondervoeding, mishandeling en ziekte overleden. Dries wordt na enkele weken overgebracht naar een kamp vlakbij de Nederlandse grens, in Meppen. Het is Lager IX, een van de vele buitenkampen van Neuengamme.

Lager Meppen-Versen

Lager Meppen-Versen

Het wordt geen verbetering voor de gevangenen. De gevangenen moeten daar werken aan de Friesenwall, een verdedigingslinie die Duitsland moest beschermen tegen de snelle geallieerde opmars. De werkzaamheden bestaan uit het graven van tankgrachten en loopgraven. De omstandigheden zijn met geen pen te beschrijven. Het is niet de bedoeling van de Duitsers dat de arbeiders dit zullen overleven. Het is “Vernichtung dürch Arbeit”. Een gevangene van Meppen-Versen moet dagelijks zijn twaalf kubieke meter grond afgegraven hebben. Zo niet, dan volgen er strafmaatregelen. De bewaking is barbaars, alles wordt aangegrepen als reden om de gevangenen te straffen of om ze ter plekke dood te schieten. Door de week werkt Dries 10 uur in het veen. Om 4:30 uur opstaan, om 5:45 uur appel en om 6:00 uur afmars naar het werk. Om 16:00 uur terug naar het kamp met aansluitend appel. Om 19:15 uur is er nogmaals appel en vanaf 19:30 uur is het slapen. Al deze werkzaamheden vinden plaats in de vreselijke koude en vooral natte winter van 1944/1945. Ruim vijfhonderd gevangenen sterven als gevolg van de zware arbeid, de honger en de kou en nog eens driehonderd na terugkeer in Neuengamme. Dries zal niet meer terugkeren. De vader van Dries hoort via via in juni 1945 dat er enkele overlevenden van het politiebataljon Schalkhaar in een noodhospitaal in Groningen liggen. Andries fietst er naar toe met de hoop dat hij zijn zoon daar aan zal treffen. In Groningen aangekomen treft hij daar twee collega’s van Dries aan waaronder de Amelander Anne Oud. De beide mannen hebben een gazen masker over hun gezicht omdat ze open wonden hebben en zelf niet meer de kracht hebben om vliegen weg te slaan. Beide mannen zijn uitgehongerd, uitgemergeld en zwaar ziek. Anne vertelt dat Dries in Meppen-Versen gestorven is. Anne Oud keert weer terug naar Ameland, maar is erg verzwakt en zal enkele maanden later alsnog overlijden.

Briefje
Tijdens zijn transport van Neuengamme naar Meppen-Versen wist Dries nog een briefje uit de trein te gooien die wonderlijk genoeg Burgum bereikte. Het is een hartverscheurende brief aan zijn vriendin Nelly. Uit de tekst blijkt dat hij zijn naderende dood voelt aankomen en afscheid neemt. Hij is kapot, al het leven is uit hem geslagen. Desondanks weet hij het nog een aantal maanden uit te houden in kamp Meppen-Versen. Dries zal op ergens in maart 1945 bezwijken. In 1953 wordt hij onder grote belangstelling en in aanwezigheid van een delegatie van de politie herbegraven in Burgum. Zoals hij in zijn laatste brief had voorspeld zou hij zijn Nelly ‘beneden’ niet meer zien. Hij hoopte dat ze elkaar nog ‘boven’ zouden zien.
De familie Wagenaar is altijd op de Noordersingel blijven wonen. Vanuit dit huis zijn de overgebleven zonen uitgevlogen. Moeder Geertje overleed in 1985. Vader Andries werd maar liefst 98 jaar en overleed in 1996. Kleinzoon Andries Wagenaar is gegrepen door het verhaal van zijn oom die hij nooit hee gekend en doet jarenlang onderzoek. Het resultaat is een dikke ordner met het verhaal van Dries, aangevuld met talloze foto’s en documenten. Een blijvende herinnering aan Dries Wagenaar.

Erik Dijkstra
Dit artikel is verschenen in het najaarsbulletin van de Vriendenkring Neuengamme

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie op “Politieagenten in Neuengamme – Andries Wagenaar”

  1. Geachte heer Dijkstra,
    Ik ben voor mijn hoogbejaarde buurman op zoek naar de lotgevallen van zijn broer, Dirk Johannis Janssen, geboren 1921 in Tiel, overleden in Neuengamme. Mijn buurman, Jan Janssen, is van 1934 en hij is vooral benieuwd naar de redenen waarom zijn broer, die zich zeer tegen de zin van hun ouders aanmeldde in Schalkhaar, in 1944 als politieagent is opgepakt en, net als Dries Wagenaar, via Amersfoort is afgevoerd.
    Bent u bij uw onderzoek misschien enige informatie tegengekomen die betrekking heeft op deze Dirk Johannis Janssen?
    Dank voor uw reactie,
    Martijn Bakker
    Nijmegen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.