Politieagenten in Neuengamme – inleiding

Het is muisstil in het kantoor als Dr. Christian Groh van het International Tracing Service (ITS) met witte handschoenen de zwarte portemonnee uit de envelop haalt. Behoedzaam wordt de inhoud op tafel gelegd. De bekende voedselbonnen, kampgeld uit Kamp Amersfoort, een brief, foto’s van een vrolijk lachende familie en een portretfoto van een serieus kijkende jongeman in politie-uniform, zijn grote pet een beetje scheef op zijn hoofd. Hij heeft een droeve, ietwat twijfelende blik in zijn ogen. Alsof hij het naderende onheil aan voelt komen. Enkele maanden nadat de foto genomen is, zit Johannis Van Rijswijk al in Neuengamme. Enkele dagen na mijn bezoek aan het ITS is de portemonnee via Fed-Ex verstuurd naar de Amerikaanse staat Georgia, naar de nicht van Johannis.

Mijn ontvangst bij het ITS was uitermate vriendelijk. Ik werd welkom geheten door Frau Ulrike Witte van Inquiry Team 16 met wie ik al enkele maanden contact had via e-mail. Ik deed al langer research voor het ITS, probeerde via het online archief familieleden op te sporen van oorlogsslachtoffers wiens eigendommen in hun archief lagen. Dat ging voornamelijk om bezittingen uit Neuengamme. In september vorig jaar lukte het me om in contact te komen met de familieleden van Johannis van Rijswijk. Tijdens die zoektocht viel het me op dat bepaalde documenten, waaronder een bewijs van lidmaatschap van de ‘Kameraadschapsbond der Nederlandsche politie’ ook tussen de eigendommen van een ander slachtoffer zaten, namelijk van Jan Berens uit Rotterdam. Zowel Berens als van Rijswijk waren in 1944 onderwachtmeester geworden en hadden een adres in Tilburg staan als laatste adres. Mijn nieuwsgierigheid was hiermee gewekt.

Op internet vond ik al snel een verhaal over een andere agent, Wim van der Linde. Dit verhaal was opgeschreven door zijn nicht Annemieke van der Linde. Wim van der Linde bleek tot dezelfde groep agenten te behoren als Jan en Johannes. Ik zag weer dezelfde soort foto’s van trots kijkende jongemannen in uniform en ook weer hetzelfde bewijs van lidmaatschap. De zoektocht naar familie van Jan Berens strandde echter. Ik had de namen en geboortedatums van zijn broer en zus, maar kon ze niet traceren. Ik had de hoop al opgegeven toen ik per toeval een bericht las die geplaatst was in het online register van de Oorlogsgravenstichting. Uit het bericht kon ik opmaken dat het geplaatst was door een neef van Jan Berens en dat zijn moeder, de zus van Jan, nog in leven was. Via de OGS had ik enkele uren later de neef en later de zus van Jan Berens aan de lijn en werd ook de portemonnee met vele foto’s, documenten en zelfs brieven door mevrouw Aykens-Berens en haar zoon in Bad Arolsen opgehaald.

Maar daarmee eindigde mijn zoektocht niet. Ik kon dit verhaal niet laten rusten. Een oud-archivaris van het archief in Tilburg heeft enkele jaren geleden veel onderzoek gedaan naar de agenten die in Tilburg verbleven en van hem kreeg ik o.a. een namenlijst. Ook bleek er in het verleden een website gemaakt te zijn over de politie-agenten die in de oorlog zijn omgekomen. Deze website bestond niet meer, maar via een online archief kon ik de pagina’s weer terug halen en tot mijn verbazing zat daar een namenlijst van bijna 500 politie-agenten die tijdens de oorlog naar concentratiekampen zijn gestuurd.

Het wrange is dat in de publieke opinie de politie in oorlogstijd geen goede naam heeft. Vooral de naam ‘Schalkhaar’ roept negatieve associaties op. Gedacht wordt dat er in Schalkhaar alleen SS’ers en Landwachters werden opgeleid die daarna zich geheel aan de nazi’s onderwierpen en vol enthousiasme mee hebben gewerkt aan razzia’s en aan het oppakken van Joden. Zoals vaak is dit niet zo zwart-wit te stellen en is dit maar ten dele waar. Maar het gevolg hiervan is wel dat de agenten die slachtoffer werden van de oorlog, konden rekenen op veel onbegrip en vaak met de nek werden aangekeken. Dit gold voornamelijk ook binnen de politie, waar er tot ver na de oorlog er nog een scheiding zichtbaar was tussen ‘Schalkhaarders’ en ‘niet-Schalkhaarders. Hoe is dit zo gekomen?

Vanaf het begin van de oorlog stelde de Duitse bezetter de Nederlandse politie onder strikte controle van de Duitse Polizei en begonnen ze de bestaande organisatie ingrijpend te wijzigen. In 1941 werden twee nieuwe opleidingscentra opgericht, de Politie Officieren School in Apeldoorn en het Politie Opleidings Bataljon in Schalkhaar.  De eerste lichting agenten die in Schalkhaar waren opgeleid arriveerde op 4 maart 1942 in Amsterdam en ging daar dienst doen in de zogenaamde Gesloten Eenheden, beter bekend als het Politiebataljon Amsterdam (PBA). Deze eenheid bestond voornamelijk uit voormalige beroepsmilitairen. Dat deze eenheid uit voor de bezetter betrouwbare manschappen bestond blijkt uit de personeelskaarten, waar op nagenoeg elke kaart vermeldt staat dat de betrokkene lid was van het Rechtsfront, NSB of SS. Deze eenheid had dan ook al snel een slecht naam in Amsterdam, en dat was niet zonder reden. Vanwege hun brute optreden bij de Jodenrazzia’s werden de leden van het PBA aangeduid als brave moffenknechten en handlangers van de Duitse politie.

Naarmate de oorlog voortduurde werd de neiging van het politiepersoneel om zich aan de Duitse bevelen te onttrekken groter. Veel jonge mannen zagen via het Politie Opleidings Bataljon een kans om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen en daarom werd het ook wel het Politie Onderduik Bataljon genoemd. De lichtingen van na 1942 verschilden dus veel van de eerste lichtingen.

In april 1943 werd een Politie Compagnie in Eindhoven (PCE) geformeerd. Deze gesloten eenheid, bestaande uit 132 voornamelijk jongere politiemensen, die hun opleiding hadden genoten in Schalkhaar, werd echter in juli 1943 in de Willem II kazerne te Tilburg gelegerd. In augustus 1943 dook de eerste onderwachtmeester van de Compagnie al onder, later gevolgd door twee anderen.  In november 1943 slaagden een aantal manschappen er in om tijdens het lossen van wapens een twintigtal revolvers met de nodige munitie te ontvreemden. Dit werd echter ontdekt en het viertal werd gearresteerd en via Amersfoort naar een concentratiekamp in Duitsland overgebracht.

Tot begin juni 1944 doken regelmatig leden van de PCE onder. Voor de Duitsers was nu de maat vol; op 15 augustus 1944 stond de voltallige Compagnie op het terrein van de Willem II kazerne aangetreden. Majoor Fürck van de Duitse Ordnungspolizei deelde mede dat de Compagnie naar Amsterdam werd overgeplaatst, een strafmaatregel in verband met de gedragingen van de compagnie. Vervolgens werden 30 namen afgeroepen van leden, die apart moesten gaan staan, en vertrok de rest naar Amsterdam, naar de Tulpkazerne. De achtergebleven personen werden overgenomen door de Grüne Polizei en via Amersfoort naar Duitsland gedeporteerd.

De naar Amsterdam overgebrachte groep verging het minder goed. Op Dolle Dinsdag waren zestien te Wormerveer werkzame onderwachtmeesters met medeneming van hun pistolen en munitie ondergedoken. Bovendien hadden twee chauffeurs en hun begeleiders een vrachtauto leeg achtergelaten. Er werden o.m. 26 karabijnen vermist. Vervolgens doken nog een aantal leden van het PC Eindhoven en het politiebataljon Amsterdam onder. Op 11 september 1944 werd de Tulpkazerne door de Grüne Polizei bezet en het politiepersoneel ontwapend. Het personeel werd voor de keuze gesteld over te gaan naar de Duitse politie of de Landstorm dan wel te worden tewerkgesteld in het kader van de Arbeidsinzet. Het merendeel koos niet voor de Duitse politie of Landstorm en werden op 16 september 1944 op transport gesteld naar Amersfoort. Hier werden de politiemensen uit Den Haag en Amsterdam samengevoegd. Een maand later, op 11 oktober werden de agenten overgebracht naar concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Hier werden ze tewerkgesteld in o.a. de steenfabriek bij het kamp of ze werden overgebracht naar één van de vele buitenkampen van Neuengamme.

Johannis van Rijswijk

Jan Berens kwam samen met een aantal collega’s terecht in kamp Meppen-Versen waar ze onder zeer slechte omstandigheden moesten werken aan de ‘Friesenwall’ een verdedigingslinie in Noord-Duitsland. Tot maart 1945 bleef kamp Meppen-Versen een buitenpost van Neuengamme. Bij de nadering van de geallieerden zijn de resterende gevangenen lopend via Meppen, Cloppenburg, Bremen en Hamburg naar Neuengamme gedirigeerd. De ernstig zieken en zij die niet konden lopen, werden per vrachtwagen naar Farge bij Bremen gebracht. Na een week werden zij via het spoor op transport gezet naar Neuengamme, maar omdat Neuengamme zelf aan het evacueren was reed de trein verder richting Sandbostel, waar ze na tien dagen aankwamen in het krijgsgevangenenkamp in Sandbostel. Johannis van Rijswijk is overleden tijdens dat vreselijke transport en is in eerste instantie langs het spoor begraven. Later is zijn lichaam overgebracht naar Sandbostel, waar het nu nog steeds ligt.

Op 29 april 1945 werd het kamp door de Britten bevrijd. Wat zij daar aantroffen was verschrikkelijk, veel doden en vanwege een tyfusepidemie ontzettend veel zieken.  De Britten nemen de volgende dagen het volledige bestuur van het kamp over en richtten in de directe omgeving verschillende geneeskundigenposten en hulpziekenhuizen op. Er zaten toen zo’n 375 Nederlanders in het kamp die nog in leven waren, na de bevrijding zijn er alsnog 198 man overleden, waaronder Jan Berens.

Bronnen:

* boek Nederlanders in Neuengamme – eindredactie ds. Judith Schuyf

* verzamelde gegevens over Sandbostel door Piet Dam

* Winkler Prins, Encyclopedie van de Tweede Wereldoorlog D.M. de Jaeger

* De houding van de Nederlandse Politie tijdens de Tweede Wereldoorlog in de grote steden van Brabant. (1999) J.J. Kelder

Zie ook http://www.ad.nl/nieuws/oude-wond-gaat-open-maar-het-is-b-ook-een-geschenk-b~a908b6c3/

Bovenstaand artikel is gepubliceerd in het voorjaarsnummer van het Bulletin van Vriendenkring Neuengamme. Ik zal voor het bulletin portretten schrijven van politieagenten die de concentratiekampen niet hebben overleefd. Deze portretten zullen ook verschijnen op deze website.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.