Strijd om erkenning, 25 jaar Vriendenkring Neuengamme

Toen op 6 mei 1945 het Britse leger het concentratiekamp Neuengamme binnentrok, troffen ze een leeg kamp aan. De gruwelijkheden die in het kamp hadden plaatsgevonden hadden geen direct zichtbare sporen achtergelaten. De kampadministratie, inclusief de dodenlijsten, was grotendeels vernietigd en ook de galgen en de houten bok, waarop gevangenen door de SS werden mishandeld waren verdwenen. De SS was er niet in geslaagd alle sporen uit te wissen, want de herinneringen en verhalen van de overlevenden bleven.

Oud-gevangene en toenmalig secretaris Joop van Vonderen schreef in 1995 in een van de eerste bulletins:

“Steeds weer als ik in het voormalige concentratiekamp Neuengamme rondloop valt mij het grote verschil op met de oorlogsjaren. Ik bedoel niet het afwezig zijn van SS’ers, hun geschreeuw, colonnes gevangenen enz., maar het vriendelijke karakter, dat dit gebied nu uitstraalt. Vele bomen nu, die mij in die bijna twee jaren dat ik daar verbleef nooit opgevallen zijn. Zij waren er waarschijnlijk niet. Ondanks de aanwezigheid van twee gevangenissen op dit gebied roept dit na al die jaren voor mij niet meer automatische herinneringen op aan die bange jaren. Het concentratiekamp, dat aan een zijde van een kilometerslange landweg lag, is nu niet toegankelijk. Een jeugdgevangenis ligt nu op dit gebied. Slechts de vroegere appelplaats, nu een grote open vlakte, is vanaf de weg nog zichtbaar”.

Oud-gevangenen toegang ontzegd

Joop van Vonderen vervolgde zijn verhaal met een beschrijving van het terrein zoals dat er in 1995 uit zag. De appelplaats werd maar één dag per jaar, op 4 mei, vrijgegeven voor de jaarlijkse herdenking. De herdenkingsruimte was toen al aanwezig en een gedenksteen markeerde de plaats van het vroegere crematorium. Iets verder het hoge monument met de veelzeggende tekst “euer leiden euer Kampf und euer Tod sollen nicht vergebens sein”. Terug lopend naar de weg zag Joop in 1995 drie nieuwe barakken, waarin op dat moment de administratie onder was gebracht. Het bestand van oud-gevangenen werd toen net in een computer gezet. Verder bevatten deze barakken een zaaltje voor lezingen en de bibliotheek. In een deel van de werkplaatsen van de firma Walther was het museum ondergebracht. 23 jaar later is er veel veranderd. De jeugdgevangenis is verdwenen en het gehele terrein is nu een “Gedenkstätte”, oftewel een herdenkingsplaats. De meeste oud-gevangenen die destijds deelnamen aan de jaarlijkse reis naar Neuengamme, de pelgrimstocht zoals zij dat noemden, zijn niet meer onder ons. Vlak na de oorlog, in 1950 maakten voornamelijk Belgische oud-gevangenen een vergeefse pelgrimstocht naar het voormalige concentratiekamp. De toegang tot het terrein werd hen ontzegd, nota bene door een wachtpost in een oud Wehrmacht uniform.

Schandvlek

In de eerste naoorlogse jaren was het helemaal niet vanzelfsprekend dat het kampterrein een plek was die voor bijzondere aandacht en zorg in aanmerking kwam. Het stadsbestuur van Hamburg wilde deze schandvlek het liefst onmiddellijk uitwissen. Nadat het kamp door het Britse militaire bestuur gebruikt was als interneringskamp voor voormalige SS’ers, NSDAP’ers en andere Duitsers met een naziverleden, werd het terrein in 1948 overgedragen aan het stadsbestuur, dat er een gevangenis stichtte. Al snel werden bestaande gebouwen afgebroken en werd er een nieuw cellenblok gebouwd.

De “Zweite Geschichte”

Het opzetten van een Gedenkstätte op deze beladen plaats was dus geen vanzelfsprekendheid. Het werd een jarenlange strijd met het Hamburgs stadsbestuur, wat ook wel de “Zweite Geschichte” van Neuengamme wordt genoemd. Het stadsbestuur had langdurige moeite met het erkennen van hun nationaalsocialistische verleden. Dat zich binnen de eigen stadsgrenzen het grootste concentratiekamp van Noordwest-Duitsland had bevonden en waar minstens 43.000 gevangenen werden vermoord, verhongerd of aan gevolgen van uitputting en ziekte overleden, deed hieraan niets af. Dat gold ook voor het feit dat het juist de ‘Gauleiter’ van Hamburg, K. Kaufman, was geweest die in samenwerking met de SS de ontruiming van Neuengamme had georganiseerd. Dit werd natuurlijk niet zo verwoord. Het stadsbestuur beweerde dat men angst had, dat de komst van voormalige gevangenen naar het kampterrein afbreuk zou doen aan de rust in het nieuwe gevangeniscomplex.

Monumenten

Onder druk van de Haflingsverbände en onder diplomatieke druk werd pas in 1954 het eerste monument opgericht. In de voormalige moestuin van Neuengamme, waar de as uit het crematorium als mest was verstrooid, werd een herdenkingszuil geplaatst op initiatief van Franse oud-gevangenen. Het monument werd door de burgemeester van Hamburg onthuld. In 1958 werd het Amicale Internationale de Neuengamme (AIN) opgericht door oud-gevangenen. Zij zetten zich onder voorzitterschap van Jean Dolidier in voor de oprichting van een grootschaliger monument op de plek van het crematorium. Dit streven had tot resultaat dat in 1960 vlakbij de zuil van 1954 een gedenksteen werd onthuld waarop een toelichting stond over de zuil. Ook werd er gememoreerd aan de duizenden gevangenen die waren omgekomen. In 1965 werd dezelfde plaats uitgebreid met een 27 meter hoge granieten stele en het bronzen beeld van de stervende gevangene.

Oprichting Vriendenkring Neuengamme

De AIN werd vanaf de jaren 60 vertegenwoordigd door de communist Berend (Ben) Gerritsen. Hij zette zich in voor het behoud van de resten van het vroegere concentratiekamp en hij probeerde een Nederlands comité te vormen van oud-gevangenen, waar zich ongeveer 40 oud-gevangenen bij hadden aangesloten. Tijdens de Koude Oorlog was de kloof tussen de communistische en niet-communistische oud-gevangenen groot en Gerritsen slaagde er niet in deze kloof te dichten. Hij bleef nog lang actief en hij presenteerde zich in de media als secretaris van de (onofficiële) Vriendenkring Neuengamme.

Op 23 februari 1993 werd in Den Haag de Stichting Vriendenkring Neuengamme opgericht. Na het overlijden van Gerritsen in 1989 vroeg het AIN aan Joop van Vonderen om de taak van Gerritsen over te nemen. Van Vonderen richtte samen met N.W. Wijnen de Vriendenkring op. Beide mannen hadden verscheidene Duitse concentratiekampen overleefd. Van Vonderen en Wijnen hadden elkaar in Natzweiler leren kennen. Wijnen had geen directe relatie met Neuengamme, wel waren de beide broers van zijn echtgenote er omgekomen. Maar Wijnen beschikte over een groot organisatorisch talent. De twee initiatiefnemers achtten het van groot belang dat Neuengamme in de naoorlogse Nederlandse samenleving herinnerd zou blijven. Zij hoopten ook dat de Vriendenkring zou gaan fungeren als een plaats waar oud-gevangenen en hun familie eenvoudig contact konden leggen en onderhouden. 25 jaar later is dat doel zeker bereikt.

Het Digitale Monument

De totstandkoming van het Digitale Monument is een van de grote verdiensten van de Vriendenkring. Vooral Martine Letterie heeft zich hier erg voor ingezet. De eerste aanzet voor het monument was een uitnodiging in het voorjaar van 2012 voor meerdere partijen om eens te brainstormen over een digitaal monument voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Er vonden daarna meerdere bijeenkomsten plaatsvinden in Kamp Amersfoort, maar het lukte uiteindelijk niet om alle partijen op een lijn te krijgen. Ondertussen gaf Ino Paap van Mediamatic, het bedrijf dat het Joods Monument had gemaakt, een lezing op de contactdag om alle vrienden warm te maken. Het bestuur besloot na gesprekken met meerdere partijen om een samenwerking aan te gaan met de Oorlogsgravenstichting. Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan, de database van de Vriendenkring moest geïntegreerd worden met die van de Oorlogsgravenstichting. Maar het is uiteindelijk gelukt en de Vriendenkring is trots op hun Digitaal Monument. Andere vriendenkringen zullen hopelijk volgen, waardoor alle informatie van voormalige gevangenen bij elkaar komt en er een volledig beeld ontstaat van de weg die de gevangenen hebben moeten gaan.

Het Digitale Monument wordt sinds 2017 beheerd door Edwin Vrielink. Toen hij het overnam stond de lay-out als een huis, de invulling van de 6600 Monumenten stond echter nog in de kinderschoenen. Dankzij het tomeloze enthousiasme van Edwin is dit sterk verbeterd. Hij heeft er dan ook veel tijd ingestoken. Naast het beheer van het Digitale Monument verzorgt Edwin ook het contact met de nabestaanden. Het verschijnen van het boek De Laatste getuige van Frank Krake dit voorjaar leidde tot een stortvloed van aanvragen om informatie over slachtoffers van Neuengamme. Maar liefst 117 informatieverzoeken kwamen er binnen in het eerste halfjaar. In dezelfde periode werden er 68 Digitale Monumenten aan het Monument toegevoegd en kregen 174 oud-gevangenen hun portretfoto op het Monument geplaatst. Het is voor Edwin bijna een dagtaak, weken van 30 uur zijn geen uitzondering. Maar voor Edwin is het erg dankbaar werk. Veel verhalen rusten bij nabestaanden. Zij zijn blij dat ze op het Monument een plaats vinden waar hun ervaringen, gedachten, hun familielid, niet vergeten zal worden. Een slachtoffer van Neuengamme is een Monument waardig.

Geschreven door Erik Dijkstra, gepubliceerd in het bulletin van de Vriendenkring Neuengamme, november 2018

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.